Het moment waarop het zoeken stopt. Niet omdat alles af is, maar omdat er iets wezenlijks ontspant.

Lange tijd voelde het alsof ik harder moest werken, alsof ik het leven moest begrijpen, dragen of vooruitduwen. Dat zoeken is er lang geweest…….
en ergens onderweg is het opgehouden. Niet omdat het leven eenvoudiger werd, maar omdat ik mijn angsten onder ogen ben gekomen: de angst voor een levensloos en vermoeiend leven, de angst om alleen te zijn zonder een getuige van je leven, de angst om geen waarde meer te hebben.

Door die angsten niet meer te vermijden, maar ze werkelijk aan te kijken, ontstond er ruimte. En vertrouwen. Alsof het leven en ik elkaar steeds dieper ontmoetten en daar, zonder woorden, ja tegen elkaar zeiden.

Ik merk dat het leven mij nu uitnodigingen stuurt, en dat ik alleen nog hoef te voelen of ik erop wil antwoorden, of niet?

Dat gaat niet gepaard met grote emoties. Geen hoge pieken, geen diepe dalen. Wel rust. Het kan wat vlakker aanvoelen, maar niet leeg. Eerder gedragen. Ik ben niet minder levend. Ik ben minder aangedreven.

En in die rust ontstaat ruimte, voor aandacht, voor eenvoud, voor een zacht en eerlijk antwoord op wat het leven vraagt.