Laatst was ik samen met vriendinnen. De één wilde wandelen. De ander had behoefte om even te liggen. Weer iemand anders wilde schrijven of gewoon een beetje lummelen. We kwamen samen om te eten, om te delen hoe het met ons ging, om te voelen hoe moe we waren en ook om erachter te komen dat we mogelijk beter naar onszelf hadden moeten luisteren en mogelijk zelfs thuis hadden moeten blijven. Zonder het gevoel dat we iets misten. Zonder dat we kwamen omdat het zo hoorde.
Dat voelde onwennig. Ik denk dat we op dat moment een nieuwe beweging inzetten, een oefening om op een andere manier samen te zijn. Minder afgestemd op wat de groep deed, en meer op wat ieder van ons op dat moment nodig had.
Lange tijd betekende verbinding voor mij dat je elkaar een beetje droeg. Dat je elkaar voedde. Dat je er was, ook als je eigenlijk moe was. Dat je meedeed, omdat je het belangrijk vond om samen te zijn. Ik merk dat dat langzaam aan het veranderen is. Niet omdat we minder om elkaar geven, maar omdat we beter voor onszelf zorgen. Omdat we voelen wanneer we moe zijn. Wanneer we even alleen willen zijn. Wanneer we willen bewegen of juist willen stilvallen.
We hoeven elkaar niet meer op te vullen. We hoeven elkaar niet meer te dragen. En dat maakt het samenzijn anders. Stiller misschien. Minder intens soms. En ook een beetje oncomfortabel. Want zonder die rollen, zonder dat zorgen en voeden, kom je elkaar op een andere manier tegen. Zonder masker. Zonder dat je iets hoeft te brengen of op te lossen. Gewoon als mens. En dat is niet altijd makkelijk. Het vraagt dat je er kunt zijn met hoe je je voelt. Ook als je moe bent. Ook als je weinig te geven hebt. Ook als je naar huis wilt terwijl de rest nog blijft.
Maar ergens voelt het ook gezonder. Alsof de verbinding minder afhankelijk wordt. Minder gebaseerd op elkaar nodig hebben, en meer op elkaar echt ontmoeten. We dragen onszelf. En van daaruit komen we samen.
Voor mij betekent sisterhood dat we elkaar mogen ontmoeten. In ons eigen ritme. In onze eigen behoefte. Zonder dat we onszelf kwijt hoeven te raken om dichtbij te kunnen zijn.
En ja, dat is soms nog een beetje onwennig.
En tegelijkertijd voelt het als een meer afgestemde, authentieke expressie van onszelf .