Er is een terugkerende fase gedurende mijn levensjaren die ik altijd pas achteraf herken.

Ik bevind me dan niet de yangfase waarin ik richting, helderheid en  inspiratie voel. Waar ik kan dragen, organiseren, woorden geven, initiatieven nemen. Waar er vaart zit in mijn systeem.

Ik bevind me dan ook niet in de yinfase waar ik me meer terugtrek, vertraag en herstel.

Ik bevind me dan in de fase daarna. De stille tussenruimte: stasis.

Stasis is geen gewone rust. Het is ook geen burn-out en geen simpele vermoeidheid. Het is levende stilstand. Het voelt voor mij als een donkere periode waarin mijn systeem zichzelf herschikt terwijl mijn bewuste denken minder grip heeft. Stasis voelt anders dan yin en yang. In stasis verdwijnt betekenis. Wat in yang logisch leek, voelt plots leeg. Wat in yin voedend was, wordt vlak. Er is een gevoel van zinloosheid dat dieper gaat dan gewone moeheid. Alsof ik geen richting meer voel. Dat is het moment waarop overgave centraal komt te staan. Geen overgave als spiritueel ideaal. Maar overgave als: niet meer kunnen sturen, niet meer weten, niet meer vooruit kunnen duwen. Het voelt meer als een noodzaak om niet te forceren wat er niet is.

Bij mij begint die fase vaak rond eind januari. In eerdere jaren eindigde dat niet zelden in een longontsteking. Dan werd stilstand afgedwongen. Dan had ik geen keuze meer.

Achteraf zie ik hoe mijn lichaam mij tot overgave dwong want laten we eerlijk zijn: je springt niet voor je lol de diepe put in die tot stilstand nood. Ik ervaar tijdens de stasis-periode vaak een gevoel van in die put zitten zonder zaklamp, touw en ladder.

Dit jaar was die val in de put er opnieuw. De leegte was intens. Maar er was iets veranderd. Ik was begrensder. Bewuster. En ergens, ver weg misschien, brandde een klein lichtje. Ik wist dat dit een fase was. Ik wist dat het licht er nog was, ook al voelde ik het niet. Dat weten voelde niet optimistisch. Het was meer een herinnering dat mijn cyclus zo werkt.

Ik bleef zorg dragen voor mezelf. Ik ging naar het bos. Ik deed yoga. Ik at eenvoudig maar voldoende. Ik viel niet weg. De stasis werd geen ziekte. Ze mocht gewoon winter zijn.

En daarin zie ik de verschuiving. Stasis gaat vooraf aan nieuwe beweging. Niet als pauze, maar als herschikking. Wat niet meer klopt valt stil. Wat te veel was, wordt teruggebracht naar eenvoud.

Na stasis komt yang anders terug. Minder gedreven door moeten. Meer afgestemd op wat kloppend voelt voor mijn leven.

Mijn cyclus begint zich steeds duidelijker te tonen: Yang: naar buiten bewegen. Yin: vertragen en voeden. Stasis: opschonen en overgave.

Daarna komt er opnieuw beweging alleen is het eenvoudiger, preciezer.

Het is mijn oefening om stasis niet te vermijden en haar niet langer als falen te zien. Overgave betekent voor mij inmiddels: aanwezig blijven wanneer richting ontbreekt. Zorg dragen voor mijn lichaam terwijl mijn hoofd geen antwoorden heeft. Niet vooruit duwen wanneer mijn systeem er nog niet klaar voor is.

Dit jaar hoefde mijn lichaam me niet stil te leggen. Dat alleen al was een wezenlijk verschil. Het leven nodigt me uit om stasis anders te bezien: niet als een onderbreking van het leven maar als een noodzakelijke fase waarin nieuwe ordening ontstaat. Echte beweging ontstaat wellicht niet met maken van plannen, maar met de bereidheid om eerst volledig stil te vallen.