Even een moment voor mezelf hebben, was iets waar ik als jonge moeder regelmatig naar verlangde. Toen ik echter ‘alleen’ kwam te staan, voelde ik een diep gemis van menselijk gezelschap om me heen.

Alleen zijn, het voelde beangstigend. Als iets waar ik aan onderdoor zou gaan. Een overweldigend gevoel van leegte, van radeloosheid, van ademnood.

Inmiddels voelt alleen zijn anders. Dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Maar langzaam. Bijna ongemerkt. Ik merkte het op een dag toen ik thuis was en ineens dacht: “hé, ik ben eigenlijk best prettig gezelschap”. Dat was een verrassende ontdekking. Want eerder voelde alleen zijn vooral als iets dat ontbrak. Maar het bleek ook te kunnen betekenen dat er iets aanwezig was. Namelijk ik.

Dat klinkt misschien logisch, maar het voelde als een enorme verschuiving. Alsof ik mezelf niet meer hoefde te ontlopen. Geen afleiding, geen opvulling, geen haast om weer onder de mensen te zijn. Gewoon samen zijn met mezelf. Het heeft iets rustigs gekregen. Iets vertrouwds. Alsof ik mezelf steeds vaker tegenkom.

Alleen zijn is voor mij steeds meer een plek geworden waar ik kan landen. Waar ik niet hoef af te stemmen, niet hoef te reageren, niet hoef uit te leggen wie ik ben of wat ik voel. Alleen zijn betekent voor mij steeds minder afgescheiden zijn. En steeds meer thuis zijn in mezelf.

Ik merk dat ik niet meer zo bang ben voor stilte. Niet meer zo bang om moe te zijn, of om even geen richting te voelen. Alsof er langzaam vertrouwen is gekomen dat het leven me toch wel weer iets aanreikt.

Eigenlijk is dat mijn grootste verrassing: dat alleen zijn niet leeg hoeft te voelen. Dat het ook lucht kan geven. Ruimte om te ademen. Om te landen. Om gewoon te zijn, zonder dat er iets hoeft.

En toch, heel soms, kan er ineens een moment zijn waarop het omslaat. Waarin diezelfde stilte een andere kleur krijgt. Dan voelt het niet meer als ruimte, maar als afstand. Dan is het niet meer een plek om te landen, maar een plek waar ik even niet weet waar ik moet zijn. Dat is het moment waarop alleen zijn richting eenzaamheid beweegt.

Het bijzondere is dat het verschil vaak niet zit in de buitenwereld. Ik ben nog steeds alleen. De kamer is hetzelfde. De dag is hetzelfde. Maar vanbinnen voelt het anders.

Alleen zijn voelt inmiddels als aanwezigheid.
Eenzaamheid voelt als gemis.